Wereldpremière · 14 november 2025 · Eye Filmmuseum

Kijk naar een maatschappelijk keerpunt

Portret van Jim van Os.

De introductie van Jim van Os, hoogleraar psychiatrie aan het UMC Utrecht, voorafgaand aan de wereldpremière van Mijn woord tegen het mijne op IDFA.

Stel je voor dat je hier binnenkomt als iemand die al maanden, misschien jaren, wordt toegesproken door een vijandige stem. Niet zachtjes. Niet symbolisch. Maar dwingend, op elk moment dat het even stil wordt in je hoofd. Een stem die jou vertelt dat je niets waard bent, dat mensen je uitlachen, dat er gevaar is. Een stem die niet weggaat wanneer jij dat wilt.

En dan raak je ontwricht. Je werk, je relaties, je slapen, dingen brokkelen af. En uiteindelijk zoek je hulp. Wat gebeurt er dan?

In de huidige geestelijke gezondheidszorg is de kans groot dat je meteen in een soort historische spagaat terechtkomt. Aan de ene kant het verhaal over Philippe Pinel, de Franse arts die de boeien van de krankzinnigen afnam, overtuigd dat zorg menselijkheid vraagt. Velen zien dat als het begin van een moderne, humane psychiatrie. Aan de andere kant staat het geluid van de filosoof Michel Foucault, die zei: pas op, want elke keer dat we psychiatrische patiënten denken te bevrijden, creëren we alleen maar nieuwe vormen van afstand, controle en beheersing. Nieuwe manieren om te bepalen wie normaal is en wie niet.

Die tweestrijd is nog steeds voelbaar. Je zit er middenin zodra je vertelt dat je stemmen hoort.

De ervaring van stemmen horen

Wat er bij stemmen horen gebeurt is eigenlijk heel begrijpelijk: een deel van je innerlijke, dialogerende bewustzijn, iets wat we allemaal hebben, raakt afgesplitst, verzelfstandigt, en wordt ervaren alsof het van buiten komt. Vaak omdat het om een geheim gaat dat onverdraaglijk is. En precies dat maakt het zo ontwrichtend.

Maar wat er vervolgens in de psychiatrie kan gebeuren, is minstens zo ontwrichtend.

Epistemische onrechtvaardigheid

Je krijgt te horen dat het een symptoom is.

Een teken van een hersenziekte.

Een genetisch defect.

En vervolgens krijg je een diagnose die zwaar en permanent klinkt, schizofrenie bijvoorbeeld, terwijl we vandaag de dag geen enkele biologische of genetische marker kennen die dat idee ondersteunt.

Wat we wél weten: iedereen is genetisch gevoelig voor waanzin, maar alleen in de zin dat we allemaal biologisch zijn uitgerust om met emoties te reageren op betekenisvolle gebeurtenissen in onze omgeving. En ja, dat loopt soms uit de hand. Dat is menselijk, en dat zit in ons allemaal.

Dit betekent dat het dominante verhaal, dit is een genetische hersenziekte, wetenschappelijk niet klopt, maar wél zorgt voor stigma. Voor geïnternaliseerd stigma, het verschijnsel dat je jezelf gaat afschrijven. Voor demotivatie. En voor het ergste van allemaal: demoralisatie, de moed verliezen en niet verder willen.

Want als jou wordt verteld dat jouw ervaring alleen maar ruis is uit een kapot brein, wat blijft er dan over om mee te werken? Hoe kun je dan nog geloven dat betekenis ertoe doet?

Het systeem waar je dan in terechtkomt

Als stemmenhoorder loop je nog steeds kans dat je wordt opgenomen. Dat er achter je rug op medicaliserende, objectiverende wijze over je wordt gepraat. Dat de aandacht uitgaat naar het verminderen van symptomen met medicatie. Dat niemand vraagt: wat zeggen die stemmen nou precies?

Er is niet zelden weinig ruimte voor samenwerking, weinig ruimte voor betekenis, weinig ruimte voor dialoog. De machtsverhouding is helder: de expert weet het, jij niet.

Maar er is ook een ander verhaal

Dat begon bij iemand die het aandurfde om naar een stem te luisteren: Marius Romme. In de jaren zeventig leerde elke student: nooit vragen naar stemmen, want dan maak je de psychose erger. Totdat Romme een patiënte ontmoette, Patsy, die vroeg:

Waarom nemen jullie de stem van God wél serieus, maar die van mij niet?

Dat moment was een revolutie. Romme deed een oproep in het televisieprogramma van Sonja Barend, en binnen de kortste keren meldden zich meer dan honderd mensen die stemmen hoorden. Zo ontstond de Hearing Voices Movement.

Romme ontwikkelde het Maastricht Interview, een manier om stemmen serieus te nemen als deel van iemands levensverhaal, identiteit en betekeniswereld. Dat fundament heeft alles veranderd. Want Romme liet zien dat stemmen horen niet per definitie pathologisch is, maar een menselijk verschijnsel.

En daarop bouwt Dirk voort

Dirk Corstens is nu, samen met Marius Romme, meer dan dertig jaar bezig met deze benadering. Hij gaat nog een stap verder: hij nodigt de stem zélf uit om te spreken. Alsof je aan tafel zit met iemand die je jarenlang gekweld heeft, maar nu onder begeleiding, in veiligheid, met nieuwsgierigheid.

En ineens blijkt dat stemmen logica hebben. Relaties. Geschiedenis. Een taak. Een functie. En soms zelfs een vorm van bescherming, hoe onaangenaam of destructief de buitenkant ook is.

Dat is wat je in deze film gaat zien gebeuren: een systeem waarin de persoon, de stem en de hulpverlener samen aan tafel zitten, en waar echte transformatie kan plaatsvinden.

Waarom dit een oproep doet aan de psychiatrie

Omdat het laat zien hoe dringend een verandering van denken nog steeds nodig is. Omdat het onhoudbaar is om mensen te blijven medicaliseren zonder betekenis. Omdat de logica van het huidige systeem leidt tot diagnose, medicatie en uitsluiting, terwijl mensen juist herstel, eigen regie, compassie en ruimte voor dialoog nodig hebben.

En omdat we inmiddels weten dat:

Slot

Dus als je vandaag naar deze film kijkt, kijk dan niet alleen naar een therapeutische techniek. Kijk naar een maatschappelijk keerpunt. Kijk naar het moment waarop de psychiatrie eindelijk luistert naar wat mensen al dertig jaar zeggen: dat stemmen betekenis hebben, dat mensen geen defect brein zijn, en dat echte hulp begint bij luisteren, niet bij labelen.

Dat is waar deze film over gaat.

Jim van Os bij de wereldpremière van Mijn woord tegen het mijne op IDFA.
Bij de wereldpremière in Eye Filmmuseum, 14 november 2025.